VERKEER · GROEP 3 · LES 1
Oversteken zonder zebrapad
Waar is het veilig om over te steken?
Les van Veilig in het verkeer
In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
VERKEER · GROEP 3 · LES 1
Oversteken zonder zebrapad
Waar is het veilig om over te steken?
Groep 3 - Les 1 van de methode Veilig in het verkeer. Nu gaat het om oversteken waar géén zebrapad is: hoe kies je een veilige plek?
In de tweede les voor groep 3 komen de mensen die in het verkeer werken aan bod.
Dit ga je leren
Ik kan een veilige plek kiezen om over te steken, ook zonder zebrapad.
Vraag: wie steekt weleens over op een plek zonder zebrapad? Bijna iedereen - in veel straten is er geen. Daarom is het belangrijk dat je zelf een goede plek kunt kiezen.
Kun je hier oversteken?
Nu zie je alles. Wat komt er aan?
Opening met een kijkkoker.
Deel de wc-rolletjes (of opgerolde A4-tjes) uit.
Laat de kinderen door hun rolletje naar de klas kijken: wat zie je? En wat zie je níet? Je ziet maar een klein rondje.
Kijk dan samen naar de slide: dit is wat je door de koker ziet. Vraag: kun je hier oversteken? De meeste kinderen zeggen ja - de weg is leeg. Laat ze duim omhoog of omlaag doen.
Tik op het oog: nu zie je de hele straat. Er komt een auto van links en een fietser van rechts! Tik nog een keer, dan zie je weer alleen het rondje.
Bespreek: als je oversteekt, moet je ver kunnen kijken, naar links en naar rechts. Een plek waar je maar een klein stukje ziet, is net een kijkkoker. Daar gaat deze les over: hoe vind je een plek waar je wél ver kunt kijken?
Waar steek je veilig over?
Nooit tussen auto's oversteken!
Jij ziet het verkeer niet aankomen en zij zien jou niet!
Nooit oversteken na een bocht.
Door de heg zie je de auto niet. Die komt zomaar de bocht om.
Dit is een goede plek om over te steken.
Hier kun je ver kijken, naar links en naar rechts. En je steekt over met een groot mens.
Praatplaat
Laat eerst vertellen wat de leerlingen zien (huizen, stoep, straat, geparkeerde auto's, een heg, een bocht, een auto die aankomt).
Vraag dan: waar zou jij oversteken? Laat de leerlingen zelf onderzoeken: wat ziet het kind tussen de auto's? Waar kijkt het kind bij de heg naar, en wat ziet het?
Laat ze eerst redeneren en kiezen, open pas daarna de bolletjes één voor één. Alle bolletjes hebben dezelfde kleur, zodat de plaat het antwoord niet verraadt.
1 tussen geparkeerde auto's - niet doen.
2 na de bocht - niet doen. Wij zien de blauwe auto aankomen, maar het kind bij de heg niet: de heg staat ervoor. Vraag bij de gestippelde lijn: waar kijkt het kind naar? Wat ziet het? En de bestuurder ziet het kind pas als hij de bocht om komt.
3 de vrije plek - hier wel: geen auto's ervoor, geen bocht, je kunt ver kijken en je wordt gezien. Samen met een groot mens is nog beter.
Ervaren
Boots een verkeerssituatie na.
Een van de leerlingen staat achter de deur of een kast ("de heg"), een andere leerling komt eraan als "auto". Wanneer zien ze elkaar?
Niet tussen geparkeerde auto's
Jij ziet niets!
En de auto ziet jou niet!
Kader links: Je ziet wat een kind ziet als het tussen twee geparkeerde auto's staat: bijna niets. De blauwe auto is er ineens. Kijk een paar keer mee: zag je hem aankomen?
Klik voor de afbeelding in het rechter kader: Je ziet wat de bestuurder ziet, door de voorruit van zijn auto (je ziet het stuur). Rechts staan twee geparkeerde auto's - en verder?
Laat de kinderen goed zoeken: zie je ergens iemand?
Klik en het cirkeltje verschijnt daar waar het jongetje staat. Tussen de twee daken zie je een bruin kruintje: daar staat een jongetje tussen de auto's, hij wil oversteken. Meer dan dat stukje haar ziet de bestuurder niet! Kinderen zijn kleiner dan een auto; een bestuurder die voorbij rijdt, ziet dat stukje haar bijna nooit. Én een bestuurder heeft ook niet zoveel tijd om zo goed te speuren!
Laat het ervaren: zet twee leerlingen als "auto's" naast elkaar en laat een kind er hurkend tussen kijken. Wat zie je?
Afspraak: tussen geparkeerde auto's steek je niet over. Loop een stukje door naar een vrije plek, of naar een zebrapad.
Pas op bij een uitrit
Stop
Kijk
Luister
We zien een uitrit waar een auto uit een garage, parkeerplaats of tuin de straat op rijdt. De stoep loopt er gewoon langs - je loopt er dus vaak overheen.
Vraag: wat doet het meisje goed? Ze stopt. Waarom? De witte lampjes achter op de auto gaan aan: de auto gaat achteruit rijden.
Bij verder klikken verschijnt het tekstvak: stop, kijk en luister
Wat zouden de kinderen kunnen hore? Het starten van de motor bijvoorbeeld. Wees dan alert! Wat de bestuurder van de auto kan je (nog) niet zien!
De bestuurder die uit een uitrit komt, moet iedereen voor laten gaan. Maar als hij achteruit rijdt, ziet hij een kind vaak niet. Daarom stop je toch.
Vraag: is er bij jou thuis of bij school een uitrit?
Oei, de bal rolt de straat op!
Meteen erachteraan?
Stop, kijk en luister!
Vraag: Wat doe jij als je bal de straat op rolt?
Veel kinderen zeggen eerlijk: "erachteraan rennen".
Klik en links start een gifje. Het kind rent meteen achter de bal aan, en ziet de auto niet. Botsing! Je denkt aan de bal en niet aan de auto's.
Klik nogmaals en rechts zie je dezelfde situatie, maar dan handelt het kind goed. Het stopt bij de stoeprand, kijkt links, rechts en weer links, en wacht tot de auto voorbij is. Het kijkt nog een keer: de weg is vrij. Dan loopt het recht over naar de bal. Laat de kinderen benoemen wat dit kind allemaal goed doet.
Bespreek het verschil tussen spelen en verkeer: op straat rijden auto's, dus daar speel je niet. Spelen doe je op het plein, in de speeltuin of in de tuin. Is de straat heel druk? Vraag dan een groot mens om de bal te pakken.
STOP
Even checken!
Weet jij waar je veilig oversteekt?
Deze slide heeft geen instructies
Waar steek je over? A, B of C?
Bij de containers
Op de vrije plek
Vlak voor het busje
Kijk eerst samen naar de straat: wat zie je? Containers bij de stoeprand, een vrije stoep, een groot busje dat stilstaat: de deur staat open en de bezorger brengt pakketjes rond. De letters staan op de stoep: daar sta je stil voor je oversteekt.
Goed: B. Daar staat niets in de weg en kun je ver kijken, naar links en naar rechts.
Goed gedaan of niet? Sleep elk plaatje.
Sleepvraag
Groene vak: Oversteken bij het zebrapad, oversteken op een vrije plek en wachten tot de auto voorbij rijdt.
Rode vak: Oversteken tussen twee auto's, oversteken in een bocht, de straat oprennen naar de bal.
Laat kinderen om de beurt een plaatje slepen en vertellen wat ze zien. Vraag steeds: waarom?
Een verwachte fout kan zijn dat het kind op de stoep met de bal op straat bij "niet doen" wordt gesleept, "want de bal ligt op straat". Vraag: wat doet het kind? Het blijft staan en wacht - en dat is precies goed. Zo blijft het verkeer in deze situatie zo veilig mogelijk.
Welk woord hoort waar? Sleep het naar de juiste plek.
Ik sta stil op de
.
Ik kijk naar
en naar rechts.
Is de weg
? Dan ga ik.
vrij
bal
stoeprand
rood
links
Lees de zinnen samen hardop voor. Laat een kind het goede woord in het kader slepen en de zin dan helemaal voorlezen.
De plaatjes helpen: de hand is stoppen, het oog is kijken, het vinkje is "vrij".
Goed: stoep - links - vrij. Bal en rood horen nergens bij.
Doe-opdracht - plekken zoeken
Loop een rondje om school.
Waar steek je wel over?
Waar niet?
Ervaren
Het kaartje laat zien hoe het rondje om de school loopt (de gele stippen). Neem genoeg begeleiders mee (een groot mens per 4-6 kinderen) en laat de kinderen op de stoep blijven.
Zoek samen plekken: geparkeerde auto's, een bocht, een uitrit, een bushalte, een vrije plek. Laat kinderen bij elke plek met duim omhoog of omlaag zeggen of het een goede plek is om over te steken, en waarom. Steek samen over op een vrije plek: stop - kijk - luister - loop.
Maak foto's van de plekken voor een eigen praatplaat in de klas.
Slecht weer? Bouw op het plein of in de gymzaal een straat met stoepkrijt, zet stoelen neer als geparkeerde auto's en laat een paar kinderen "auto" zijn.
Waar steek je níet over? Typ één woord.
Elk kind typt één woord (help met spellen als dat nodig is), of zegt het en jij typt.
Goede woorden: auto's, bocht, uitrit, bus, busje, containers, heg.
Bespreek de woorden die vaak voorkomen. Vraag daarna: en waar steek je wél over? Wie "een vrije plek" of "waar ik ver kan kijken" kan zeggen, heeft het doel gehaald.
Kinderen die alleen "niet bij het zebrapad" of iets anders noemen, hebben het doel nog niet: laat de praatplaat nog een keer zien.
Verkeerswoorden
oversteken - naar de overkant van de straat gaan
een vrije plek - hier kun je ver kijken
geparkeerde auto's - auto's die stil langs de stoep staan
de bocht - waar de straat de hoek om gaat
de uitrit - hier rijdt een auto de straat op
ver kijken - links en rechts zie je alles
Deze slide heeft geen instructies
VERKEER · GROEP 3
Goed gedaan!
De verkeerslessen van groep 3
L E S 1 · D E Z E L E S
Oversteken zonder zebrapad
L E S 2
Wie werkt er in het verkeer?
Meer verkeerslessen voor groep 1 tot en met 8?
Kijk op de kanaalstart van Veilig in het verkeer:
Dit was les 1: Oversteken zonder zebrapad
Klik op de link voor les 2: Wie werkt er in het verkeer? in deze serie.